In het kort: De AOW is het basispensioen van de overheid (1e pijler), met in 2026 een AOW-leeftijd van 67 jaar en bruto ongeveer € 1.662 per maand voor een alleenstaande en € 1.139 per persoon voor gehuwden of samenwonenden. Daarbovenop komt het werkgeverspensioen (2e pijler, sinds de Wet toekomst pensioenen een premieregeling) en eventueel een lijfrente die je zelf afsluit (3e pijler), waarvan de inleg binnen je jaarruimte aftrekbaar is. Vrij spaargeld en beleggingen vallen in box 3, waar in 2026 een heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon geldt. Dit is educatieve informatie, geen belasting- of financieel advies; controleer je situatie bij een adviseur of de officiële bron.
Vorsorge & Sparen in Nederland: AOW, pensioen en sparen
In Nederland rust je oudedagsvoorziening op drie pijlers: de AOW van de overheid, het pensioen via je werkgever en wat je zelf opbouwt. Daarnaast spaar of beleg je vrij vermogen in box 3. Dit hoofdstuk legt rustig uit hoe die delen samenhangen, zodat je weet waar je staat en wat je zelf kunt bijsturen. Alle bedragen gelden voor 2026; controleer concrete cijfers altijd bij de officiële bron.
Eerste pijler — AOW: het basispensioen van de overheid. Je bouwt het automatisch op tijdens de jaren dat je in Nederland woont of werkt. De AOW-leeftijd is in 2026 67 jaar.
Tweede pijler — werkgeverspensioen: via je werk leg jij en je werkgever premie in. Door de Wet toekomst pensioenen is dit een premieregeling: de premie wordt belegd en je pensioen hangt af van het resultaat.
Derde pijler — lijfrente: zelf extra opbouwen met belastingvoordeel, vooral nuttig als je een ‚pensioengat’ hebt (zzp of beperkte werkgeversregeling). De inleg is binnen je jaarruimte aftrekbaar.
Vrij sparen en beleggen — box 3: alles boven het heffingsvrij vermogen wordt belast. Dit is je flexibele buffer, los van je pensioen.
Waar het om gaat
Het Nederlandse stelsel verdeelt je oudedag over drie pijlers. De AOW (1e pijler) is een basispensioen van de overheid: je bouwt elk jaar dat je in Nederland woont of werkt een stukje op, en in 2026 begint de uitkering bij 67 jaar. Het is een bodem, geen volledig inkomen — bruto rond € 1.662 per maand voor een alleenstaande en € 1.139 per persoon voor gehuwden of samenwonenden.
Het werkgeverspensioen (2e pijler) vult dit aan. Jij en je werkgever leggen samen premie in. Door de Wet toekomst pensioenen (sinds 2023, volledig ingevoerd uiterlijk 2028) is dit een premieregeling: de inleg wordt belegd en je uiteindelijke pensioen hangt af van het beleggingsresultaat. Niet iedereen heeft zo’n regeling — zzp’ers bijvoorbeeld bouwen hier niets op.
De derde pijler is je eigen aanvulling: een lijfrente. De inleg is binnen je ‚jaarruimte’ aftrekbaar in box 1, en je betaalt pas belasting als de uitkering begint. In 2026 is de jaarruimte 30% van de premiegrondslag (je inkomen minus de AOW-franchise van € 19.172), tot maximaal € 35.589. Onbenutte ruimte uit de afgelopen tien jaar kun je via de reserveringsruimte alsnog gebruiken, tot € 42.753.
Los van je pensioen staat vrij sparen en beleggen in box 3. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Daarboven heft de Belastingdienst over een forfaitair rendement (voor spaargeld rond 1,28%, voor beleggingen 6,00%) tegen 36%. Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager lag, mag de tegenbewijsregeling gebruiken. Dit hoofdstuk is bedoeld als uitleg, niet als belasting- of beleggingsadvies.
VoorbeeldVoorbeeld lijfrente, per 2026. Stel je bruto-inkomen was vorig jaar € 60.000. Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 (AOW-franchise) = € 40.828. Jaarruimte = 30% × € 40.828 ≈ € 12.250 per jaar, ofwel ongeveer € 1.020 per maand die je belastingvoordelig in een lijfrente kunt storten (vereenvoudigd, zonder correctie voor reeds opgebouwd pensioen).
Reken met de FIRE-calculator van Kontoo door hoeveel je zelf opzij moet leggen om je AOW en pensioen aan te vullen. Je eigen AOW- en pensioenopbouw vind je op mijnpensioenoverzicht.nl.
In detail
Waarom de AOW-leeftijd blijft stijgen
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. In 2026 is hij 67 jaar; vanaf 2028 stijgt hij naar 67 jaar en 3 maanden. Hoe later je geboren bent, hoe groter de kans dat jouw AOW later ingaat. Controleer je persoonlijke AOW-datum op svb.nl.
Jaarruimte en reserveringsruimte slim benutten
Door de Wet toekomst pensioenen is de jaarruimte verhoogd naar 30% van de premiegrondslag en kun je tot tien jaar terug onbenutte ruimte inhalen (reserveringsruimte, max € 42.753 in 2026). Gebruik eerst je reserveringsruimte, anders verloopt oude ruimte ongebruikt. De Belastingdienst heeft hiervoor een rekenhulp.
Box 3 en de tegenbewijsregeling
Box 3 belast vermogen via forfaitaire rendementen, niet je werkelijke winst. Sinds de rechtszaken hierover mag je met de tegenbewijsregeling aantonen dat je echte rendement lager was en alleen daarover belasting betalen. Dit is een bewegend dossier — controleer de actuele regels bij de Belastingdienst voordat je aangifte doet.
Checklist
Je weet dat de AOW (1e pijler) een basispensioen van de overheid is, met AOW-leeftijd 67 in 2026.
Je begrijpt dat het werkgeverspensioen (2e pijler) sinds de Wet toekomst pensioenen een premieregeling is.
Je kunt grofweg je jaarruimte voor een lijfrente (3e pijler) inschatten: 30% van inkomen boven de AOW-franchise.
Je weet dat sparen en beleggen pas boven € 59.357 per persoon in box 3 worden belast (2026).
Veelvoorkomende mythes
Mythe: ‚De AOW is genoeg om van te leven.’
Werkelijkheid: De AOW is bedoeld als bodem, niet als volledig inkomen. Voor de meeste mensen is aanvulling via werkgeverspensioen of een eigen lijfrente nodig om hun levensstandaard te houden.
Mythe: ‚Over spaargeld betaal je altijd belasting.’
Werkelijkheid: Pas boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon (2026) val je in box 3. Daaronder betaal je geen vermogensheffing.
Veelgestelde vragen
Hoeveel AOW krijg ik in 2026?
Bruto per maand ongeveer € 1.662 voor een alleenstaande en € 1.139 per persoon voor gehuwden of samenwonenden (per 2026, exclusief vakantiegeld). Het exacte bedrag hangt af van je opbouwjaren en wordt twee keer per jaar aangepast; kijk voor je eigen situatie op svb.nl.
Wat is het verschil tussen AOW-leeftijd en pensioenleeftijd?
De AOW-leeftijd is het wettelijke moment waarop de overheid je AOW gaat uitbetalen — in 2026 is dat 67 jaar. De pensioenleeftijd van je werkgeverspensioen kan daarvan afwijken; je kunt dat pensioen soms eerder of later laten ingaan.
Moet ik belasting betalen over mijn spaargeld?
Pas over het deel boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon (€ 118.714 met fiscaal partner) in 2026. De heffing in box 3 werkt met forfaitaire rendementen; kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan mag je via de tegenbewijsregeling over dat lagere bedrag worden belast.