Inkomstenbelasting-grondbeginselen in Nederland
De Nederlandse inkomstenbelasting is opgebouwd uit drie zogeheten ‚boxen‘, elk met een eigen tarief en eigen regels. Box 1 gaat over inkomen uit werk en eigen woning, box 2 over een aanmerkelijk belang in een bedrijf en box 3 over sparen en beleggen. Daarbovenop verlagen heffingskortingen de uiteindelijke aanslag. Dit hoofdstuk legt de grondbeginselen uit zodat je je loonstrook en je aangifte beter begrijpt. Het is bedoeld als uitleg, niet als belastingadvies — controleer bedragen altijd bij de officiële bron.
- Bepaal in welke box je inkomen valt: box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) of box 3 (sparen en beleggen). De meeste mensen hebben vooral box 1.
- Bereken je belastbaar inkomen in box 1 en pas de schijven toe: een lager tarief over het eerste deel, een hoger tarief over wat daarboven uitkomt.
- Trek de heffingskortingen af: de algemene heffingskorting voor iedereen en de arbeidskorting als je werkt. Die verlagen de te betalen belasting direct.
- Doe vóór de deadline aangifte bij de Belastingdienst over het belastingjaar (kalenderjaar) en verreken wat je al via de loonheffing hebt betaald.
Waar het om gaat
De Nederlandse inkomstenbelasting werkt met een boxenstelsel. Elk type inkomen valt in een box met een eigen tarief.
Box 1 — inkomen uit werk en woning — raakt de meeste mensen. Het is progressief: over het eerste deel van je inkomen betaal je een lager tarief, over het deel daarboven een hoger tarief. In 2026 gelden voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt grofweg drie schijven: ±35,75% tot circa €38.900, ±37,56% tot circa €78.400 en 49,50% daarboven. AOW-gerechtigden betalen in de eerste schijf een lager tarief, omdat zij geen AOW-premie meer afdragen.
Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (bezit van minimaal 5% van een vennootschap), met in 2026 twee tarieven: 24,5% over de eerste circa €68.800 per persoon en 31% over het meerdere. Box 3 belast vermogen — sparen en beleggen — met een heffingsvrij vermogen van rond €59.000 per persoon en een tarief van 36% over het belaste rendement.
Na berekening van de belasting per box komen de heffingskortingen: de algemene heffingskorting en, voor werkenden, de arbeidskorting. Die worden van de belasting afgetrokken en zijn vaak al verwerkt in de maandelijkse loonheffing. De Belastingdienst int de belasting en verwerkt je jaarlijkse aangifte. Dit hoofdstuk geeft uitleg en is uitdrukkelijk geen belastingadvies.